Leerlingzorg

De meeste leerkrachten zijn in het bezit van het diploma remedial teacher en zijn gespecialiseerd in het signaleren en begeleiden van kinderen met problemen. Een aantal malen per jaar bespreekt de intern begeleider met de groepsleerkracht de ontwikkeling en de vorderingen van de kinderen. Dan kan blijken dat een kind extra zorg of hulp nodig heeft. De ouders worden dan op de hoogte gesteld en er wordt een handelingsplan gemaakt, dat door de ouders wordt ondertekend. In dat plan wordt de extra hulp die nodig is,  beschreven en het plan wordt na een bepaalde tijd geëvalueerd. In een aantal gevallen is een aanvullend onderzoek nodig. Dat onderzoek kan worden uitgevoerd door een intern begeleider van de school. Maar er kan ook hulp van buiten worden ingeroepen, bijvoorbeeld bij het Centrum voor Educatieve Dienstverlening, de schoollogopediste, het Centrum voor Jeugd en Gezin, de Gezinsspecialist (voorheen schoolmaatschappelijk werk) of de expertise van het Samenwerkingsverband Schiedam, Vlaardingen, Maassluis: Onderwijs dat Past.

In principe is elk kind welkom op onze school. Het onderwijsaanbod wordt zo veel mogelijk afgestemd op wat ieder kind individueel nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen. Dat noemt men passend onderwijs. Het is echter niet altijd mogelijk een kind op onze school het onderwijs te bieden dat precies bij haar of hem past. Om zorgvuldig na te gaan of een kind met een speciale aanpak bij ons op haar of zijn plek is, volgen wij de procedure van het Samenwerkingsverband. Deze procedure staat in ons Ondersteuningsprofiel.

Werken met instructiegroepen

Omdat de niveaus van de leerlingen steeds meer uiteenlopen, wordt in de groepen 7 en 8 afwisselend voor rekenen, begrijpend lezen en spelling aan het begin van de dag instructie op vier of vijf verschillende niveaus gegeven. Het groepsverband wordt dan doorbroken en de leerlingen van ongeveer hetzelfde niveau krijgen instructie van een van de leerkrachten van de groepen 7 en 8 en/of  van de leerkracht van de plusklas. De ervaring leert dat de leerlingen dit positief waarderen en dat de prestaties beter worden. Deze werkwijze wordt driemaal per jaar geëvalueerd en de samenstelling van de instructiegroepen wordt zo nodig bijgesteld aan de hand van toetsresultaten en observaties in de klassen.